
Jasper heeft een mooie fiets. Die wil ik ook. Maar dan een andere kleur. Ik mag zelf kiezen. En ik wil een bel. Ik wil twee remmen. Een terugtrap- en een handrem. Kijk eens hoe hard ik kan. Bijna mogen de wieltjes eraf. Maar nu nog niet. Ik fiets heel hard. Papa en mama kunnen mij niet bijhouden. Later als ik groot ben, fiets ik héél de wereld rond!